Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrijheid. Alle posts tonen

donderdag 5 mei 2011

Opa en Oma


Op deze dag denk ik altijd aan mijn Opa en Oma van moeders zijde. Waarom? Omdat mijn grootouders verrekte stoere mensen waren in hun tijd. Bepaalde verhalen uit de oorlog wisten  kinderen en kleinkinderen wel. Anderen kwamen later aan het licht. Sommigen hebben ze met zich meegedragen in stilte.

Zo ging Oma op "bonnen-jacht", ze jatte de bonnen uit haar werkhuizen, om zo aan voedsel te komen voor de onderduikers die in de boerderij van haar ouders zaten.
Tja, mijn Oma was een superwijffie! En wanneer ik dit zo neer zet, besef ik mijzelf dat Oma in een deuk zou hebben gelegen om deze term.
Want Oma had humor. Oma was een feestbeest, terwijl Opa altijd zijn rustige zelf bleef. Oma liet zich schminken door haar kleinkinderen en speelde indiaantje met ons in een tent die Opa keurig netjes op zijn gazonnetje zette.
Met Opa gingen we vissen totdat Oma kwam aangeraced op haar fiets met bifi-worstjes en eierkoeken met kaas. En dan was het Oma die hielp met de wormpjes.

Pas na de dood van Oma, begon Opa meer te praten. Gekscherend zeiden wij dat Oma tot dan toe altijd voor twee had gepraat, en dat Opa nu eindelijk zijn kans zag ook zijn mond te roeren.
En Opa begon te vertellen over de oorlog.
We kwamen er achter dat het niet bij een simpel bonnetjes jatten was gebleven. Opa vertelde over het verzet, over dat vreemde jongetje, die wij kenden als kleinzoon van een ver familielid. Dat bleek de kleinzoon te zijn van een stel dat bij opa en oma in huis had gezeten. De vriendschap was altijd blijven bestaan, maar kinderen noch kleinkinderen hebben dit geweten.
Op mijn vraag waarom hij dit nooit eerder verteld heeft, antwoordde hij dat ze alleen maar deden wat ze konden doen, en dat het niets speciaals was.
Ik vind het wel speciaal.

Net zo speciaal als het verhaal van dat kleine jongetje dat mijn Oma heeft gered, en waarvoor ze een onderscheiding ontving van het Carnegie Heldenfonds (Wilhelmina Heldenfonds) en die jaren in de lade van een kast heeft gelegen.

Toen mijn grootouders te werk werden gesteld in het Zwarte Woud, sloeg de rebellie toe. Mijn Oma zwoor dat ze nooit en te nimmer voor die Duitsers zou werken. Al heeft ze dat destijds niet zo netjes gebracht als ik het nu opschrijf.
En Oma kreeg een ideetje. En als Oma een idee had, dan zat het niet alleen in haar hoofd, maar ook in haar reet. (wederom: dit zijn Oma's woorden)
Oma klom op een hoge muur, en sprong er af...niet om te sterven, maar om dusdanig gewond te zijn dat ze niet hoefde te werken. Oma's plannetje werkte perfect! Ze brak een arm, een been en wat ribben. En zo werden ze terug gestuurd naar Nederland, alwaar Oma in het gips meteen ramen ging wassen in de huizen van haar "Mevrouwen"om zo door te kunnen gaan met haar "bonnetjes-jacht".

Ooit vroeg ik als klein meisje aan mijn opa, wat vrijheid nu precies was. En Opa zei: "Wanneer je jezelf beseft dat niemand jou kan vertellen wat je zou moeten denken, en dat datgene wat je denkt, door niemand afgepakt kan worden". "

Mijn grootouders... Ik ben trots hun kleinkind te zijn.