Posts tonen met het label D.S.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label D.S.. Alle posts tonen

zaterdag 16 april 2011

Divina Commedia (2)


In Italië, om precies te zijn in de provincie Viterbo, ligt een heel klein dorpje: Bomarzo. Net buiten het dorp valt er een prachtig park te bezichtigen. Il Parco dei Mostri, of beter, het Park der Monsters. Aangelegd door Pirro Ligorio in opdracht van Graaf Pier Francesco Orsini na de dood van zijn innig geliefde vrouw Giulia. Om "zijn hart te luchten" en uiting te geven aan zijn verdriet, is het park gerealiseerd. Een realistische reis in Dante's Hel met een artistieke knipoog. Beelden op tot op manshoogte sieren deze vrij lugubere omgeving, al oogt het wat vriendelijker wanneer de zon schijnt. Sfinxen, Draken en Drie-koppige monsters. Maar ook een Scheef Huis, een Mausoleum en vele andere kunstwerken. Vele artiesten hebben er inspiratie opgedaan. Het is een magische plek. Vervallen na de dood van de Graaf en eeuwen later gerestaureerd.

Bovenstaande foto is een afbeelding van L'Orco (De Boeman - Oger)....loop de trappen op en verdwijn tussen zijn kaken. Binnen is een kleine kamer, uit steen gebeiteld. En er valt een tekst te bewonderen: Ogni pensiero vola (Iedere gedachte (ver)vliegt) Maar de originele tekst was: Lasciate ogni pensiero, Voi ch'entrate (Laat iedere gedachte achter, Gij die binnen komt)
Een verwijzing bekende quotes van Dante Aleghieri.
(Voor de geïnteresseerden: Dante schrijft bij het betreden van zijn Hel: Lasciate ogni speranza, Voi ch'entrate - Laat iedere hoop varen, Gij die binnen komt.  . De tweede tekst zou zijn: Ogni speranza vola - Iedere hoop (ver)vliegt)

Ik ben er geweest, maar was op dat moment krachtloos. Nu ga ik weer. Op mijn reis naar Italië. I'm going to kick some monster's ass!!!
Noem het verwerking. Noem het beeldende therapie. Noem het idioot. Het maakt niet uit. Ik denk dat het een mooie symbolische manier is om "mijn monsters" te verslaan. Goed voorbereid, en in goed gezelschap.
En dat ga ik doen......

Gezien mijn Mamma ook de weg naar mijn blog heeft gevonden, zal ik sommige stukjes zelf vertalen. Dit omdat Google Translate er van het Nederlands naar het Italiaans een onbegrijpelijke puinhoop van maakt....

donderdag 14 april 2011

Divina Commedia


Zo nu en dan laten ze hun vlijmscherpe tanden weer zien, de monsters uit het verleden. Ze bijten zich vast wanneer ik slaap, en lijken niet los te willen laten. Ze brengen Hel en Verdoemenis. Soms reëel als het leven zelf. Soms onvatbaar als een vleugje wind. Een reisje in Dante's Hel, en het retourtje naar boven duurt onnoemelijk lang.
Zelfs in mijn dromen vecht ik, al weet ik dat het een verloren gevecht is. Mijn onderbewustzijn houdt zich vast aan het laatste redmiddel: Hoop.
Zwarter dan zwart. Heter dan heet. Dieper dan diep. Een wenteltrap naar beneden, en in iedere nis zit een herinnering, klaar om aan te vallen. Er is geen weg naar boven. De enige optie is dieper gaan. En ik wil naar boven!
Langzaam zie ik mijzelf de strijd verliezen. Vanaf een afstandje zou ik willen schreeuwen: "Stop het vechten! Het leidt je nog dieper naar beneden!" Maar die woorden blijven geluidloos.
Maar ik zal blijven vechten, en geen middel schuwen! De kracht raakt op, en de monsters zijn met met velen. Ze vallen niet tegelijkertijd aan. Ze zijn slim, deze creaturen. Één voor één tarten ze mijn geest.
Verleden en heden. Woede. Pijn. Verdriet. Maar vooral dat ondraaglijke gevoel van machteloosheid. Geen controle meer. Wanhopig zoek ik naar een uitweg. Loop tegen muren. Doorbreek ieder obstakel, tegen beter weten in. En raak uitgeput.

Dan lukt het me eruit te komen. Bewustzijn overwint het onderbewustzijn. Het is schemerig. In de verte fluiten de eerste vogels.
Er is geen gevoel van verlichting, want ook wakker, draag ik de nachtmerries met me mee. Ze zitten goed verborgen, en ik kan ze de baas. Ik weet dat dit onbestemde gevoel mijn dag zal vergezellen. Een grote lach op mijn gezicht, en niemand die het merkt.
Van binnen kijk ik uit naar een nieuwe nacht. Klinkt misschien vreemd, maar ik weet dat ik vandaag weer een stukje sterker zal worden. Kom maar op vannacht! Ik vecht door! En ik zal blijven knokken totdat het laatste demoon verslagen is!

 Ogni tanto si mostrano i denti affilati; I mostri del passato. Essi mordano quando dormo, e non sembrano di voler mollare. Portano solo all’Inferno e Dannazione. A volte reale come la vita stessa. A volte sfuggente come un soffio di vento. Un viaggio nell’Inforno di Dante, ed viaggio di ritorno sembra infinitamente lungo.
Anche nei miei sogni combatto, pur sapendo che è una battaglia persa. Il mio subconscio si aggrappa all’unica via di salvezza: La Speranza. Non c’è nero più nero. Non c’è caldo più caldo. Non c’è una profondità più profonda. Una scala a chiocciola che scende giù, e da ogni nicchia mi aspetta una memoria pronta ad attaccarmi. Non c’è una salita. L’unica opzione è la discesa. Ed io voglio andare in su! Lentamente mi vedo perdere la battaglia. Da lontano vorrei gridare: “Smetti di combattere!” “Ti porterà soltanto più giù!” Ma quelle parole rimangono in silenzio. E continuo a combattere, nessun mezzo rimarrà inutilizzato. La forza mi si sta esaurendo, ed i mostri sono tanti. Non attaccano contemporaneamente. Sono intelligenti queste creature. Uno ad uno sfidano la mia anima. Passato e presente. Rabbia. Dolore. Tristezza. Ma soprattutto quella sensazione di impotenza insopportabile. Perdo il controllo. Cerco disperatamente la via d’uscita. Batto contro i muri. Rompo qualsiasi ostacolo possibile pur sapendo che è a causa persa. Pian piano rimango esaurita.
Poi mi riesce ad uscirne. La consapevolezza supera l’inconscio. Sorge il sole. In lontananza seno il canto dei uccelli. Non vi è alcun sentimento di sollievo, perché anche da sveglia porto con me gl’incubi. Sono ben nascosti dentro di me, e riesco a dominarli. So che questa strana sensazione mi accompagnerà per quel che resta dalla mia giornata. Metto un gran sorriso sul mio volto, e nessun lo noterà. Non vedo l’ora che arriva un’altra notte. Può sembrare strano, ma so che oggi sarò più forte. Venite pure stanotte! Io continuerò a combattere! E la lotta va avanti affinché non è combattuto l’ultimo dei demoni!